Welkom » Frans » Taalboetiek

taalboetiek

Les conjugaisons des verbes (contact 1-16)
info Weet je niet hoe je een werkwoord moet vervoegen? Typ hier je werkwoord in en vind alle vervoegingen !!

Les pronoms personnels (contact 1)
filmpje 1
oefening
1, oefening 2, oefening 3 de persoonlijke voornaamwoorden

Les verbes en -ER (contact 1)
filmpje regelmatige ww. op -ER
oefening aimer, chanter, porter
oefening raconter, poser, écouter
oefening changer, arriver, regarder
oefening s'appeller
oefening les verbes en -ER
oefening Quel verbe ?
oefening Trouve les paires !

Les verbes être et avoir (contact 2)
De vervoeging van être : uitleg + oefenen filmpje 
De vervoeging van avoir : uitleg + oefenen filmpje      
vertaaloefening : kruiswoordraadsel
Le verbe être : (enkelvoud)  , oefening 3 , oefening  4 ,  memory , oefening met  uitspraak
Le verbe  avoir : oefening 1 , oefening 2 , oefening 3 , memory , oefening met uitspraak
Avoir et être vervoegen : oefening 1 , oefening 2 , oefening 3 , oefening 4 

Le futur proche (de nabije toekomst) (contact 3)
filmpje le verbe 'aller'
oefening plaats de  zinsdelen in de juiste volgorde
oefening le verbe 'aller'
info , filmpje le futur proche
oefening mets au futur proche !

Quel, quelle, quelles, quels et ce, cet, ces  (contact 4)
oefening 1, oefening 2, oefening 3 quel, quels, quelles, quels
oefening 1, oefening 2, oefening 3 ce, cet, ces
gemengde oefening

Les verbes en -IR (contact 4)
filmpje les verbes en -IR
filmpje le verbe partir
lied , oefening le verbe partir
lied , filmpje le verbe sortir
filmpje , oefening le verbe dormir
lied le verbe venir
oefening les verbes 'partir' et 'dormir'
oefening les verbes 'dormir', 'partir', 'servir' et 'sentir'

La négation (de ontkenning) (contact 5)
oefening maak de zinnen ontkennend
combineeroefening
invuloefening
invuloefening
Let op het lidwoord !

Les verbes (de werkwoorden door elkaar inoefenen) (contact 1-5)
Les verbes: oefening
(zelf het onderdeel invullen: verbes en -er / -ir / verbes irrégulier / alle onderdelen)

Les adjectifs (contact 6)
oefening 1, oefening 2, meerkeuzevragen vul de juiste vorm van het bn. in
kruiswoordpuzzel les adjectifs
Les adjectifs: meerkeuzeoefening , spel
   Les adjectifs: de juiste plaats meerkeuzeoefening , invuloefening 1 , invuloefening 2  
   Les adjectifs : vertaaloefening 1 , vertaaloefening 2 , oefening 3
   Les adjectifs: kruiswoordraadsel , schrijfspel



Les substantifs (contact 6)
 Mettez au pluriel (Zet in het meervoud): oefening , oefening 2 , oefening 3
 Mettez au pluriel: spreek- schrijfoefening

Au, à la, à l', aux    &    du, de la, de l', des  (contact 7)
Au, à la, à l', aux: invuloefening 1 , invuloefening 2 , invuloefening 3
Du, de la, de l', des: invuloefening 1 , invuloefening 2 , invuloefening 3 , oefening 4
Gemengde reeks: oefening 1 , oefening 2 , oefening 3 , oefening 4

Les verbes faire et ouvrir (contact 7)
Le verbe faire : uitleg filmpje
Le verbe faire : oefening 1oefening 2, oefening 3, oefening 4
Le verbe ouvrir : uitleg filmpje
Le verbe ouvrir : oefening 1, kruiswoordraadselHier klikken om te bewerken.

Les verbes en -RE  (contact 8)
     Les verbes réguliers en - Re:
     Le verbe attendre: oefening 
     Le verbe vendre: oefening 
     Les verbes: attendre, rendre, vendre : oefening
     Les verbes irréguliers en - Re:
     Le verbe prendre: uitleg filmpje 
     Le verbe prendre: oefening 
     Le verbe mettre: uitleg filmpje
     Le verbe mettre: oefening 
     Le verbe apprendre: oefening 
     Le verbe comprendre: oefening
     Les verbes prendre, apprendre et comprendre: oefening 

Les verbes voir et devoir (contact 9)
    Le verbe voir: uitleg filmpje
    Le verbe voir: oefening 
    Le verbe devoir: uitleg filmpje
    Le verbe devoir: oefening 

Il faut ...  (contact 9)
Il faut... : combineeroefening  
Bevelen geven: invuloefening , invuloefening , oefening

Les verbes savoir et connaître (contact 10)
Le verbe connaître, uitleg: filmpje
Le verbe connaître: oefening 
Le verbe savoir, uitleg: filmpje 
Le verbe savoir: oefening 

Les adjectifs possessifs (contact 10) 
uitleg: filmpje
mon, ma: oefening 
son, sa, ses: oefening 
mon, ma, mes: oefening 
mon, ma, mes, son, sa, ses: oefening 1, oefening 2
mon, ma, mes, ton, ta, tes: oefening    
gemengde reeks: oefening 1meerkeuzeoefening , oefening 3
leur, leurs: oefening 
notre, votre, leur, nos, vos, leurs: oefening 
gemengde oefening: oefening 1, vertaaloefening , meerkeuzeoefening 

Les verbes acheter et payer (contact 11)
Le verbe acheter: uitleg filmpje
Le verbe acheter: oefening 
Le verbe payer: uitleg filmpje
Le verbe payer: oefening 

Les verbes lire et dire (contact 12)  
Le verbe lire: uitleg filmpje
Le verbe lire: oefening 
Le verbe dire, uitleg: filmpje
Le verbe dire: oefening 

Les verbes pronominaux (contact 12)  
Les verbes pronominaux, uitleg: filmpje
oefening 1, oefening 2, oefening 3
Les verbes  vouloir, devoir et pouvoir (contact 13)  
Le verbe vouloir uitleg: filmpje
Le verbe devoir: oefening 1
Le verbe vouloir: oefening 1oefening 2
Le verbe pouvoir: oefening 1oefening 2
Les verbes pouvoir et vouloir: oefening
 L'article partitif: du, de la , de l'  et des (contact 14)
Du, de la , de l'  et des: uitleg filmpje        
Du, de la , de l'  et des: meerkeuzeoefening
Du, de la , de l'  et des: oefening 1, oefening 2
L'article partitif avec la négation: oefening , oefening 2

Le passé composé avec avoir (contact 15)
Le passé composé avec avoir: uitleg filmpje
Le passé composé avec avoir: oefening

Le passé composé avec être (contact 16)
Le passé composé avec être: filmpje (liedje)
Le passé composé avec être: filmpje
Le passé composé avec être: filmpje met uitleg    
Le passé composé avec être: oefening 1, oefening 2oefening 3
Le passé composé: gemengde oefeningen (être & avoir) 1
Le passé composé: gemengde oefeningen (être & avoir) 2